Ik heb een vraag over duurzame inzetbaarheid icm de RVU-regeling

In het cao-onderhandelaarsakkoord lees ik het volgende: ‘In het kader van duurzame inzetbaarheid bestaat de mogelijkheid dat werkgever en werknemer met elkaar een gesprek voeren over de mogelijkheden van benutting van de RVU-regeling’. Welke rechten kan ik als werknemer hieraan ontlenen? Wanneer is nader concreet beleid ter zake te verwachten? Of ben ik hier van de ‘goedheid’ van mijn werkgever afhankelijk?

Antwoord:

Werkgever en vakbonden hebben deze tekst opgenomen om de werknemer een mogelijkheid te bieden op basis hiervan het gesprek aan te gaan met zijn/haar leidinggevende over dit onderwerp.
Daarbij zijn wel de voorwaarden van deze fiscale regeling bepalend (max 3 jaar voor de AOW-gerechtigde leeftijd, geboortejaren 1955 t/m september 1961 en maximaal hoogte AOW-uitkering).

Hieraan kan de werknemer verder geen rechten ontlenen: wel recht op een goed gesprek hierover. Deze fiscale regeling is een ‘kan’ bepaling: alleen als werknemer en werkgever samen overeenkomen dat de regeling wordt toegepast, wordt de regeling toegepast.

Werkgever en vakbonden hebben afgesproken over het onderwerp “duurzame inzetbaarheid” verder te praten met elkaar, in co-creatie, met het oog op de cao 2022 en verder. Daarbij zal dit onderwerp ook aan de orde komen. In de cao 2021 hebben zij verder dus geen afspraken gemaakt over een sectorale regeling.

aow heffingsvrijstelling pensioen rvu rvu-regeling vroegpensioen